woordenlijst

Nuttige uitleg van alle wijntermen van A tot Z.

A.O.C.

Appellation d'Origine Contrôlée: Een wijn die afkomstig is van een specifieke regio of een specifiek gebied, een wijn die voldoet aan de strengste productienormen en uitsluitend officieel erkend wordt na degustatie en analyses. De A.O.C. geeft de consument een garantie van typiciteit en kwaliteit. A.O.C. Bordeaux is een regionale benaming die van toepassing is op wijnen die geproduceerd worden in een productiegebied dat strikt gedefinieerd is door het Institut National des Appellations d'Origine.

Afdronk

Dit is de smaak die in de mond achterblijft nadat de wijn is doorgeslikt. Wordt ook wel aangeduid als de lengte van de wijn of de nasmaak, en moet uitgebalanceerd en harmonieus zijn en zo lang mogelijk aanhouden.

 

Afgeknipte wijnranken ('sarment')

In de Bordeaux worden na het snoeien de overtollige wijnranken vaak gebruikt voor barbecueën. Als ze daar niet voor gebruikt worden, worden ze begraven tussen de rijen wijnstokken als organische bemesting of worden ze gemalen en verbrand.

Alcohol

Alcohol is na water het belangrijkste bestanddeel van wijn. Het geeft de wijn een warm karakter, geeft balans aan het zuur en wordt geproduceerd door gist dat de suiker in druiven omzet. Ongeveer 1% alcohol wordt geproduceerd door 17 gram suiker per liter druivenmost. (200 gram suiker per liter druivenmost is de minimale hoeveelheid die nodig is om een wijn met 12% alcohol te krijgen, wat vaak het geval is bij Bordeaux).

Amber

Als droge witte wijn te lang rijpt, kan het een kleur krijgen die lijkt op amber, de kleur van diep goudgeel met een hint bruin. Dit kan ook optreden als droge witte wijn te vroeg oxideert. Deze kleur wordt echter zeer gewaardeerd bij zoete Bordeaux-wijnen, omdat het bewijs is dat de wijn lang in de fles heeft kunnen rijpen.

Ampelografie

De kennis van de wijnstokken, waaronder hun structuur, origine en groeigewoontes.

Anthocyanen

Een fenolsamenstelling in de schil van druiven die de wijn kleur geeft.

Appelzuur ('malique')

Appelzuur, wat van nature in vele wijnen voorkomt, wordt omgezet in melkzuur tijdens de malolactische gisting.

Aroma's

Alle geuren die waargenomen kunnen worden door de reukzin. In de loop der tijd ontwikkelen de aroma's zich en worden complexer.

Aroma's, primaire

Primaire aroma's worden ook wel variëteitsaroma's genoemd. Ze bestaan in elke druivenvariëteit en ontwikkelen zich tijdens het gistingsproces. Elke druivenvariëteit heeft daarom een of meerdere kenmerkende primaire aroma's. In Bordeaux-wijnen heeft de Sauvignon een primair aroma van buxushout, terwijl Cabernet Sauvignon een aroma heeft van de bloesem van zwarte bes en/of zoethout, en Merlot een aroma van aardbeien. Primaire aroma's doen over het algemeen denken aan bloem-, fruit- of plantenelementen.

Aroma's, secundaire

Deze geurtonen, die ook wel gistingsaroma's genoemd worden, komen naar voren tijdens de gistingscycli. Deze aroma's doen denken aan de geur van bananen, nagellak, fruitsnoepjes (na alcoholische gisting), maar ook aan die van kaarsen, was, koren, briochebrood of zelfs verse boter of crème fraîche (na malolactische gisting).

Aroma's, tertiaire

Wordt gezegd van het complexe, geurige bouquet dat ontstaat tijdens anaerobe rijping op de fles. De meest bekende tertiaire aroma's zijn die van truffel, leer, mokka, kokosnoot, gebak (cake, honing, marsepein) en in het bijzonder de dierlijke geuren van bont, leer en muskus.

Astringentie

Astringentie wordt gecreëerd door tanninen die een droog gevoel op de tong en de slijmvliezen geven waardoor het effect van de smerende eiwitten in het speeksel tenietgedaan wordt. Recente vooruitgang in oenologisch onderzoek in Bordeaux heeft geresulteerd in een duidelijke vermindering van de astringente sensatie bij jonge wijnen. Astringentie vermindert na verloop van tijd.

Azijnsteek

Een ziekte die de alcohol in wijn omzet in azijnzuur en ethylacetaat (geur van azijn).

Balsamico

Een reeks tertiaire, aan parfum gerelateerde aroma's die in Bordeaux onder andere bestaan uit vanille, wierook, sandelhout, dennenhars, evenals bijenwas en kamfer. Deze aroma's ontstaan tijdens anaerobe rijping op de fles en zijn over het algemeen zeer gewenst.

Ban des vendanges

Officiële begindatum van de oogsttijd.

Been ('jambe')

Benen zijn traanvormige markeringen die sommige wijnen achterlaten op de binnenkant van het wijnglas. Benen geven een goed glycerol- en alcoholgehalte aan, die ontstaat als de druiven de ideale rijpheid hebben bij de oogst.

Beplante oppervlakken ('encépagement')

Geeft de relatieve verhoudingen van de verschillende druivenvariëteiten weer die in één wijngaard geplant zijn. In Bordeaux wordt de keuze van te planten druivenvariëteiten per perceel bepaald afhankelijk van de grondsoort, het microklimaat en de blootstelling aan de zon. Het type wijn dat gewenst is, heeft ook invloed op de beslissing.

Bijvullen ('ouillage')

Procedure die bestaat uit het bijvullen van vaten of fusten tijdens elevage van wijnen om mogelijke oxidatie te voorkomen.

Bitterheid ('amertume')

Hoewel bitterheid normaal is bij bepaalde jonge rode tanninewijnen (bitterheid en astringentie zijn aanvullende smaken), kan dit ook een fout zijn die veroorzaakt wordt door bacteriën tijdens malolactische gisting. Het wordt over het algemeen bemerkt als een van de laatste smaken tijdens een degustatie.

Body ('corps')

Wordt gezegd van een wijn met een goede compositie (structuur en vlezigheid) die een warm gevoel oplevert (door een verhoogd alcoholgehalte).

Bordelaise pap ('bouillie bordelaise')

Kopersulfaat wordt gebruikt om parasieten op wijnstokken te voorkomen. Het wordt aangebracht als een spray en laat een kenmerkende grijsgroene kleur achter op de druivenbladeren.

Botrytis cinerea

Een schimmel die zich ontwikkelt op druiventrossen die bijna rijp zijn, wat een bijzonder gewenst fenomeen oplevert die in de Sauternes-streek 'edelrot' genoemd wordt. Botrytis cinerea kan ook aanzienlijke schade veroorzaken als het te snel rijpt in jaren met koude en natte najaren. Dit wordt 'grijze rot' genoemd.

Bouquet

Zie Aroma's, tertiaire

Brandend gevoel ('brűlant')

Wordt gezegd van het gevoel dat veroorzaakt wordt door een wijn met te veel alcohol, die niet evenwichtig in de mond is. Het manifesteert zichzelf door overmatige rondheid en een 'alcoholisch' karakter waardoor de mond soms droog aanvoelt.

Briljant ('brillant')

Wordt gezegd van een zeer heldere kleur die het licht goed reflecteert. Een teken van een wijn van hoge kwaliteit.

Cabernet

In de Bordeaux worden er twee soorten van deze vaak geplante druivenvariëteit gebruikt: Cabernet Franc (die voornamelijk op de rechteroever van de Garonne groeit, in het bijzonder in de Saint-Emilion- en Côtes de Bordeaux-streek) en Cabernet Sauvignon (die voornamelijk op de linkeroever van de Garonne groeit, in de Médoc- en Graves-streken).

Casse

Een complicatie die invloed heeft op de helderheid van de wijn door hoge concentraties van specifieke bestanddelen. Het wordt genoemd naar het bestanddeel dat het probleem veroorzaakt, zoals 'ijzer-casse' of 'eiwit-casse'. Het wordt veroorzaakt als deze bestanddelen overgaan naar een vaste stof en de aangetaste wijn troebel maken.

Caudalie

Komt van het Latijnse woord 'cauda' (staart). Deze meeteenheid geeft de lengte van de afdronk aan. Eén caudalie staat voor één seconde. Een grote wijn kan een afdronk hebben die tot 8 caudalies of zelfs langer aanhoudt.

Chambreren

Dit houdt in dat de wijn een paar uur tot rust komt, zodat het dezelfde temperatuur krijgt als de ruimte waarin de wijn gedronken gaat worden. Vroeger bleven deze ruimtes het hele jaar door koel, tussen de 16 en 18 °C, wat de ideale temperatuur is voor wijn. Tegenwoordig is het belangrijk om de serveertemperatuur van de wijn te verlagen omdat kamers over het algemeen in de winter verwarmd worden en in de zomer te warm zijn.

Chaptalisatie

Dit is het proces dat uitgevonden is door Chaptal, waarbij suiker wordt toegevoegd aan de geoogste druiven om het alcoholgehalte te verhogen als dat te laag is, om de wijn in evenwicht te brengen. Deze praktijk wordt jaarlijks gereguleerd bij elke oogst en is over het algemeen in het zuiden van Frankrijk wettelijk verboden.

Château

In Bordeaux hoeft de term 'Château' niet te verwijzen naar een gebouw met dezelfde naam, maar in plaats daarvan verwijst het naar een specifiek productiegebied en terroir. In elk gebied in de Bordeaux, ongeacht of dat gebied geclassificeerd is of niet, is de daar geproduceerde wijn het resultaat van een unieke combinatie van het klimaat, de grond, de druivenvariëteiten en de ervaring van de wijnbouwer.

Claret

Refereert aan een lichte, gladde en fruitige wijn die over het algemeen in zijn eerste of tweede jaar geconsumeerd wordt. De Franse Clarets werden twee eeuwen geleden veel naar het Verenigd Koninkrijk geëxporteerd en zijn nog steeds erg populair.

Colombard

Een variëteit van witte druiven uit het zuidwesten van Frankrijk, die gebruikt wordt in de Bordeaux, maar typisch is voor de Cognac. Het levert levendige wijnen op die als ze jong zijn, fruitig en aromatisch zijn.

Coulure

Is de benaming voor een slechte vruchtzetting. Dit kan door veel verschillende zaken veroorzaakt worden (regenachtig of koud weer) en het heeft grote invloed op de opbrengst en de uniformiteit van druiven in dezelfde tros.

Cuvaison

Dit is de benaming van de stap in het vinificatieproces waarbij de most in roestvrij stalen, betonnen of houten kuipen inweekt. De suiker in de druiven wordt omgezet in alcohol en zowel de tanninen als de pigmenten worden aan de druivenschillen onttrokken. De wijnmaker bepaalt hoelang deze periode duurt. Clarets en roséwijnen uit de Bordeaux hebben een relatief korte cuvaisonperiode om hun kleur onder controle te houden.

Decanteren (1) ('aération')

Decanteren is het proces van het blootstellen van jonge wijn aan zuurstof door de wijn uit de fles in een karaf over te schenken om scherpe tanninen zachter en de wijn ronder te maken.

Decanteren (2) ('décantation')

Decanteren houdt in dat de wijn uit de fles in een karaf overgeschonken wordt. Men moet er daarbij opletten dat men stopt met schenken zodra de droesem die zich tijdens het rijpen gevormd heeft, in de hals van de fles verschijnt. Tijdens het decanteren komt de wijn in contact met zuurstof wat kan helpen om het bouquet te laten vrijkomen. Oudere wijn moet zo min mogelijk blootgesteld worden aan zuurstof om zijn vluchtige, fragiele bouquet te behouden.

Declasseren

Het intrekken van het recht van een wijn op een specifieke Appellation d'Origine Contrôlée (A.O.C.), wat tot gevolg heeft dat de wijn gedegradeerd wordt tot een tafelwijn ('vin de table'). Dit gebeurt als een wijn die gepresenteerd wordt voor een A.O.C.-classificatie niet voldoet aan alle vereisten van de betreffende A.O.C.

Décuvage

Het scheiden van de lekwijn van de vaste stof ('marc') na de gisting. Ook wel 'uitlekken' genoemd.

Degelijk

Wordt gezegd van een goedgemaakte wijn met een goede structuur.

Dierlijk

Wordt gezegd van een reeks aroma's uit het dierenrijk (zoals muskus, rauw vlees, leer, enz.) die vaak voorkomen bij rijpe rode wijnen. Deze aroma's worden geproduceerd door de recombinatie in de fles van bepaalde bestanddelen in wijn en verschijnen tijdens het rijpen van de wijn.

Dik ('épais')

Wordt gezegd van een rijk gepigmenteerde wijn die zwaar en vol is in de mond.

Dik ('mâche')

Wordt gezegd van een wijn die dik en vol in de mond is.

Distillatie

Het proces van het scheiden van de bestanddelen van een vloeistof met behulp van warmte. (Zie ook: Marc)

Droesem

Vaste deeltjes in wijn, in het bijzonder in oudere wijnen. Dit kan verwijderd worden door de wijn te decanteren (zie de definitie van decanteren).

Droog ('sec')

Wordt gezegd van een wijn die minder dan 4 gram restsuikers (niet gefermenteerd door gist) per liter bevat.

Dubbele magnum

Een fles die drie liter ofwel vier flessen van 750 ml bevat.

Dun ('maigre')

Wordt gezegd van een onevenwichtige wijn met weinig tanninen en geen body.

Edelrot ('pourriture noble')

De werking van de schimmel Botrytis cinerea op Sémillon- en Sauvignon-druiven waardoor de druiven uitdrogen en als gevolg daarvan hun suikergehalte geconcentreerd wordt. Dit proces is van essentieel belang bij de productie van fijne zoete Bordeaux-wijnen.

Eerlijk ('droit de goűt')

Wordt gezegd van een wijn die geen nasmaak achterlaat die een fout in de wijn aangeeft. Direct is een andere term die in deze context gebruikt kan worden.

Eerlijk ('franc', 'net')

Wordt gezegd van de hele wijn of een van diens aspecten (kleur, bouquet, smaak, enz.) die foutloos en duidelijk is.

Elegantie

Een kwaliteit van een delicate, stijlvolle wijn met een harmonieus evenwicht tussen textuur, smaak en aroma's.

Elevage

De term voor alle stappen voor het maken van de wijn na de malolactische gisting. Tijdens deze processen wordt de wijn stabieler en helderder, en ontwikkelt hij zijn smaken en wordt rijker en complexer. Een elevagestap die vaak gebruikt wordt om fijne Bordeaux-wijnen te creëren, bestaat uit het rijpen in eiken vaten.

Enten ('greffage')

Een techniek die gebruikt wordt sinds de phylloxera-epidemie. De techniek bestaat uit het enten van een plaatselijke wijnstok (graft) op een phylloxeraresistente wortelstok. De geënte wijnstok geeft daarna de wijn zijn persoonlijkheid, terwijl de wortelstok eigenlijk alleen een steun is.

Esters

Chemische samenstellingen die geproduceerd worden door alcohol en zuur te combineren, en die verantwoordelijk zijn voor complexe en delicate aroma's die zich tijdens elevage en rijpen ontwikkelen.

Evenwicht ('équilibré')

Wordt gezegd van wijn met harmonieus samenspel. De tanninen en zuurgraad zijn in evenwicht en vormen een gladde textuur. Het volle aroma is in evenwicht met een dichte textuur. Het doel van elke wijnmaker is het creëren van een evenwichtige wijn. In Bordeaux maakt de mix van verschillende, maar elkaar aanvullende druivenrassen dit doel eenvoudiger te bereiken.

Fęte de la Fleur

Elk jaar vieren de broederschappen van de wijnmakers in de Bordeaux in juni het begin van de bloei in de wijngaarden.

Filtratie

Een mechanisch proces om de wijn te ontdoen van in de wijn zwevende deeltjes. Dit is een bijzonder delicaat proces waarvoor veel vakkennis nodig is: te veel filtratie verwijdert ook de smaken en aroma's uit de wijn. Vele wijnmakers in de Bordeaux weigeren hun wijn te filteren en klaren in plaats daarvan hun wijnen om al hun rijkheid te behouden.

Flesvoorbereiding ('habillage')

Het voorbereiden van een fles omvat alle zaken die eraan toegevoegd moeten worden om de fles gereed te maken voor de verkoop. Dit zijn onder andere het aanbrengen van etiketten aan de voor- en achterkant, ringen, capsules, enz.

Fris

Wordt gezegd van een wat zurige wijn die een aantrekkelijk gevoel van frisheid geeft. Populair vanwege zijn dorstlessende eigenschappen.

Geconcentreerd

Wordt gezegd van een rijke wijn met een verfijnde kleur, kracht en diverse aroma's. De concentratie van een wijn is vaak het resultaat van een lange periode van inweking tijdens de gisting en is mogelijk als de druiven goed rijp zijn en een behoorlijke concentratie tanninen bevatten.

Gedistingeerd ('racé')

Wordt gezegd van wijn die zich herkenbaar onderscheidt van andere wijnen.

Gemaderiseerd

Wordt gezegd van wijn die te lang gerijpt is en een op madeira of sherry lijkende smaak en goudgele kleur aangenomen heeft. Een gemaderiseerde wijn is ver over zijn hoogtepunt heen en wordt aan het eind van zijn leven beschouwd.

Geroosterd ('empyreumatique')

Een bijvoeglijk naamwoord waarmee een reeks aroma's wordt beschreven die gerelateerd zijn aan gebrande, gekookte of gerookte bestanddelen.

Geroosterd, aroma's ('rôti')

Aroma's die aangetroffen worden in wijnen die gemaakt zijn van druiven die met edelrot geïnfecteerd zijn. Ze doen denken aan citrusschillen, gedroogd fruit of geroosterd brood.

Gesloten

Wordt gezegd van wijn die nog geen bouquet ontwikkeld heeft en daardoor nog niet al zijn aroma's heeft.

Gesloten ('fermé')

Wordt gezegd van een wijn die nog moet rijpen om al zijn aromatische kwaliteiten te ontwikkelen, een wijn die soms ongebruikelijk zwak blijft gezien zijn kwaliteit en terroir. Soms gaat de wijn door een fase waarin de wijn minder expressief is dan dat men eigenlijk op grond van zijn wijnjaar of kwaliteitsniveau had kunnen verwachten.

Gesluierd ('voilé')

Wordt gezegd van een wijn die iets troebel is.

Gist ('levures')

Komt van nature voor op de schil van de druif. Dit zijn de microscopische schimmels die verantwoordelijk zijn voor de alcoholische gisting. Indien nodig kan er extra gist toegevoegd worden aan de most om het gistingsproces te verbeteren. Dit gebeurt vaak bij witte wijnen.

Gisting

Wijn gaat door twee soorten gistingsprocessen. Het eerste gistingsproces is alcoholische gisting, als gist suikers omzet in alcohol. Dit wordt gevolgd door malolactische gisting wanneer bacteriën de wijn zachter maken door het appelzuur om te zetten in melkzuur.

Glad ('onctueux')

Wordt gezegd van een aangenaam zoete en gulle wijn in de mond, die een zacht gevoel geeft die zelfs zoet lijkt te zijn. Droge witte wijnen kunnen glad zijn, tegenovergesteld aan levendig.

Goedkeuringsproces ('labellisation')

Nadat de wijnen gecultiveerd zijn conform strenge productienormen, moeten ze niet alleen een reeks analyses ondergaan, maar ook een professionele degustatie om het label 'Appellation d'Origine Contrôlée' te mogen voeren.

Grand

Wordt gezegd van een wijn van superieure, hoge kwaliteit, die evenwichtig, complex en persistent is.

Grasachtig ('herbacé')

Wordt gezegd van de geuren die doen denken aan gedroogd hooi, tabak of groen gras (negatieve connotatie omdat dit komt door het gebruik van druiven die nog net niet rijp zijn).

Groen ('vert')

Wordt gezegd van wijn die te zuur is. Zuurder dan 'levendig', maar minder dan 'hard'.

Gul

Kenmerk van een wijn die rijk is aan alcohol zonder dat het onaangenaam aandoet. Tegenovergesteld van een koppige wijn. Vaak van toepassing op wijnen van hete en zonnige wijnjaren.

Guyot

De snoeiwijze van de wijnstok waarbij één horizontale tak (de 'courson') gehandhaafd blijft, zoals vaak toegepast wordt in de Bordeaux. Elk jaar wordt er een lange tak met zes tot tien uitlopers vastgezet om horizontaal te blijven.

Hard ('dur')

Wordt gezegd van wijn die niet rond is, en vaak veel tanninen bevat of een hoge zuurgraad heeft. Dit wordt vaak veroorzaakt door een bovenmatig lange cuvaisonperiode of door de aanwezigheid van te veel zuur in de wijn door druiven die nog niet helemaal rijp waren.

Helder

Wordt gezegd van een wijn met een doorzichtige, lichte kleur en die geen deeltjes bevatten die de wijn zouden kunnen vertroebelen.

Hoed ('chapeau')

Zo wordt de vaste stof van de druiven genoemd die in het gistingsvat bovenop het sap komt drijven en na een paar dagen gisting een dikke laag vormt. Als de gisting afgerond is, wordt de hoed geperst om 'vin de presse' of perswijn te krijgen.

Hoogtepunt ('apogée')

Een wijn op zijn hoogtepunt heeft zijn maximale kwaliteit bereikt. Hierna begint de kwaliteit af te nemen. Het hoogtepunt van een Bordeaux-wijn hangt af van de rijkdom van zijn tanninen, natuurlijke zuren en aromatische bestanddelen.

Houtachtig ('boisé')

Wordt gezegd van een wijn die op vat gerijpt is. In jonge Bordeaux-wijnen die in vaten gerijpt zijn, begint de neus over het algemeen met geroosterde aroma's die zich na verloop van tijd ontwikkelen naar tonen van vanille, mokka, chocolade of kokosnoot. De houtachtige aroma's ontstaan door de tanninen in de vaten waarin de wijn gerijpt is.

I.N.A.O.

Institut National des Appellations d'Origine (Nationaal instituut voor Appellations d'Origine), een openbare instantie die belast is met het bepalen en het controleren van de productievoorwaarden voor A.O.C.- en A.O.-V.D.Q.S. -wijnen.

I.T.V.

Institut Technique de la Vigne et du Vin ((Technisch instituut van de wijnstok en de wijn), een professionele technische instantie voor onderzoek en experimenten op het gebied van wijnstokken en wijn.

Impériale

Een fles met een inhoud van zes liter ofwel het equivalent van acht flessen van 750 ml.

Jéroboam

Een fles met een inhoud van vier en een halve liter ofwel zes flessen van 750 ml.

Karakter

Wordt gebruikt om wijn te beschrijven. Het karakter van een wijn geeft de terroir en de gebruikte druivenvariëteiten aan, of hoe de wijn gevinificeerd werd. Een wijn kan bijvoorbeeld een karakter hebben dat 'eerlijk' of 'vol' is.

Keldermeester ('maître de chai')

De persoon die verantwoordelijk is voor het beheren van het vinificatieproces (het maken van de wijn) en het in de kelders opslaan van de wijnen.

Klaring ('collage')

Een proces waarbij een substantie aan de wijn wordt toegevoegd om de zwevende deeltjes die een negatieve invloed hebben op de helderheid van de wijn, te binden waardoor ze naar de bodem van het vat of de kuip vallen. In de vaten van grote châteaux in de Bordeaux wordt nog steeds het wit van eieren gebruikt.

Kloon

Wortelstok die genetisch identiek is aan en gecreëerd is uit één enkele plant die de hoofdwortelstok genoemd wordt.

Kneuzing ('foulage')

Het proces van het opensplijten van druiven nadat ze van hun stelen zijn ontdaan, om het sap te laten vrijkomen. De term stamt uit de tijd dat de druiven nog met de voeten werden gekneusd, vóór de ontwikkeling van efficiënte machines.

Koppig ('capiteux')

Wordt gezegd van wijn met een hoog alcoholgehalte die 'naar je hoofd stijgt'.

Kort ('court')

Wordt gezegd van een wijn die geen blijvende smaak in de mond achterlaat (1 tot 2 caudalies - zie definitie). Een wijn met een korte afdronk wordt ook zo genoemd.

Krachtig ('puissant')

Wordt gezegd van een volronde wijn die robuust is en een rijk bouquet heeft.

Kruidig ('épicé')

Wordt gezegd van een wijn met tonen van specerijen zoals peper, kaneel, kardemom, gember, enz. Bij fijne Bordeaux-wijnen wordt dit aspect tijdens het rijpen versterkt.

Kurksmaak ('bouchonné')

Wijn neemt de smaak van de kurk aan als de kurk van slechte kwaliteit is en het bottelen plaatsvindt onder onhygiënische omstandigheden. Wijn kan echter ook een kurksmaak krijgen als hij onder de beste omstandigheden gebotteld wordt.

Lang ('long en bouche')

Wordt gezegd van wijn die een aangenaam, lang aanhoudend gevoel in de mond achterlaat nadat de wijn doorgeslikt is.

Leeg ('creux')

Wordt gezegd van een wijn die, als een speech gebrek aan inhoud heeft.

Lekwijn ('vin de goutte')

Deze wijn wordt tijdens het vinificatieproces van rode wijn verkregen door de zwaartekracht tijdens décuvage.

Levendig ('nerveux', 'vif')

Wordt gezegd van een wijn die een duidelijke indruk in de mond achterlaat vanwege zijn goed gedefinieerde kenmerken en duidelijke, maar niet overduidelijke zuurte.

Licht

Wordt gezegd van wijn zonder veel kleur of structuur, maar die toch evenwichtig en aangenaam is. Bordeaux Claret is een goed voorbeeld van dit type wijn, die over het algemeen jong gedronken moet worden.

Lie ('lies')

Als de gisting afgerond is, gaan de gistcellen dood en zakken ze naar de bodem van het vat waar ze de 'lie' worden. Sommige wijnen blijven rusten op het sediment van dode gistcellen om hun aroma's te verrijken. De lie geeft de wijn ook meer stabiliteit en daardoor wordt dit steeds vaker toegepast in de Bordeaux.

Maceratie

Het proces waarin de vaste delen van de druif (schil, pitten) in de most blijven weken om er de gewenste bestanddelen, zoals tanninen, aroma's en pigmenten, aan te onttrekken.

Maceratie, koolzuur

Een vinificatiemethode die vooral gebruikt wordt om jonge of primeurwijnen ('vin nouveau') te produceren. Het vrijkomen van aroma's wordt mogelijk gemaakt door ongekneusde druiven te laten weken in een zuurstofarme omgeving. De enzymen in de druif beginnen dan met het proces van suikergisting, wat daarna op de normale wijze met gist voortgezet wordt in de aanwezigheid van zuurstof.

Maceratie, koude ('macération pelliculaire')

Een voorgistingsfase die bestaat uit het laten weken van de druiven in een zuurstofarme omgeving en op een lage temperatuur om de aromatische precursors te activeren. Deze fase wordt gevolgd door de normale gistingsfase met gist in aanwezigheid van zuurstof om de suiker om te zetten in alcohol.

Magnum

Een fles die anderhalve liter ofwel het equivalent van twee flessen van 750 ml bevat.

Malbec

Soms ook wel Cot genoemd. Dit is een rode druif die in de hele Bordeaux aangetroffen wordt en van warme terroirs houdt. Deze druif produceert donkere wijnen met bovenliggende tonen van viooltjes en pruim met een sterke tannische structuur.

Mannelijk ('viril')

Wordt gezegd van wijn die volrond, robuust en krachtig is.

Marc

De vaste stoffen van de wijn die aan het einde van de alcoholische gisting uitgeperst worden om perswijn te produceren. Perswijn is rijker, maar minder evenwichtig dan lekwijn en wordt gebruikt voor menging.

Medium zoet ('moelleux')

Wordt gezegd van zoete wijnen die minder suiker bevatten dan dessertwijnen.

Meeldauw ('mildiou')

Een ziekte die veroorzaakt wordt door een parasiterende schimmel die de groene gedeeltes van de wijnstok en in het bijzonder de bladeren aantast.

Melkzuur

Melkzuur wordt geproduceerd tijdens malolactische gisting waaruit secundaire aan zuivel gerelateerde aroma's ontstaan (boter, crème fraîche, verse yoghurt). Melkzuur verhoogt de chemische stabiliteit van wijn en maakt hem soepeler.

Merrain

Bepaalde soort eikenhout. Wordt gebruikt voor het maken van vaten. De herkomst van het merrain heeft invloed op de stijl van de wijn.

Moe ('fatigué')

Wordt gezegd van een wijn die door een behandeling zoals filteren of door transport gedestabiliseerd is. Het is moeilijk om van deze wijn een oordeel over de kwaliteit te geven. Dat kan pas als de wijn tijd gehad heeft om zich te herstellen.

Most ('moűt')

Druivensap voordat het gistingsproces afgerond is.

Muscadelle

Een witte Bordeaux-druif die sterk geparfumeerde wijnen met tonen van sinaasappelsap en muskus oplevert.

Muskusachtig

Wordt gezegd van een geur die lijkt op die van muskus. In Bordeaux wordt deze toon vaak aangetroffen in wijnen die gemaakt zijn met de Muscadelle-druif en in het bouquet van rode wijn die in de fles gerijpt is.

Nebukadnezar

Een fles die vijftien liter ofwel het equivalent van 20 flessen van 750 ml bevat.

Neutraal

Wordt gezegd van een wijn die weinig persoonlijkheid heeft.

Nouveau (nieuw)

Een jonge wijn, zodra de gisting afgerond is. Wordt ook gezegd van wijn die net op de markt gebracht is. Deze wijnen hebben over het algemeen primaire aroma's (fruitig, bloemig) en andere kenmerken van jonge wijn. In Bordeaux worden de roséwijnen meestal verkocht als ze nog jong zijn.

Oďdium

Een druivenziekte die veroorzaakt wordt door een kleine grijze schimmel die druiven aantast en ze uitdroogt. Kan met zwavel behandeld worden. Wordt ook wel poederige meeldauw genoemd.

Oenofiel

Is de term voor mensen die van wijn en de wereld daaromheen houden, ongeacht of ze al dan niet kenners zijn. Op een bepaald punt in hun leven komen alle oenofielen met de Bordeaux in aanraking.

Oenologie

De wetenschap van wijn, waaronder de fysieke, biologische en chemische processen, evenals productie- en conserveringsmethoden. Omvat ook cultiveringstechnieken om de beste kwaliteit druif te krijgen.

Oenoloog

Een wijnexpert met een diploma in wijnwetenschappen. Zijn/Haar rol bestaat uit het maken van wijn, het superviseren van het wijnmaakproces, maar ook uit het adviseren van wijnmakers en 'négociants' (handelaren). Deze wijnexperts zijn de enigen die wettelijk toestemming hebben om bepaalde wijnmaakprocessen uit te voeren (behandelingen en filtraties).

Onevenwichtig ('déséquilibré')

Wordt gezegd van een wijn die evenwicht mist. Een witte wijn bijvoorbeeld met te veel zuur (door druiven die nog niet helemaal rijp waren) of tanninen die te scherp zijn (de cuvaison duurde te lang). In Bordeaux zijn de wijnen door de lange traditie van het mengen van verschillende druivensoorten met elkaar aanvullende kenmerken, over het algemeen evenwichtig.

Ontstelen ('égrappage', 'éraflage')

Dit is het proces van het scheiden van de druiven en hun stelen om te voorkomen dat er ruwe tanninen in de wijn komen (tanninen in de stelen zijn bijzonder scherp).

Oogst ('vendange')

De handeling van het oogsten van druiven als ze het allerbeste punt van rijpheid bereikt hebben. De datum van de oogst is een kritiek moment voor alle wijnbouwers. In de Bordeaux gaat de oogst van start als de druiven bevredigende suikerconcentraties, rijpe tanninen en een voldoende zuurstructuur hebben.

Op dronk ('épanoui')

Wordt gezegd van wijn die evenwichtig en op zijn best is. Perfect gerijpt, begint wijn na dit punt op het vlak van ontwikkeling achteruit te gaan.

Open

Wordt gezegd van een wijn die, net als een boeket bloemen, aromatisch gezien op zijn hoogtepunt is en klaar is om gedronken te worden.

Organoleptisch

Eigenschappen van wijn die de smaakzin stimuleren: uiterlijk, geur en smaak.

Overhevelen ('soutirage')

Het proces van het overhevelen of oversteken van de wijn van het ene vat naar het andere om de wijn te scheiden van de lie en ander sediment. Tijdens het overhevelen wordt het zwavelniveau in de gaten gehouden en gecorrigeerd om verontreiniging te voorkomen. De wijn wordt ook onderworpen aan gecontroleerde oxidatie om zijn aromatische potentieel verder te ontwikkelen.

Oxidatie

Het resultaat van de interactie van zuurstof in de lucht met wijn. Voorafgaand aan gisting kan dit de aromatische bestanddelen van de druiven denatureren, en na de gisting kan het de kleur en het bouquet van de wijn veranderen. Maar tijdens het rijpen op vat bereikt een oneindige hoeveelheid zuurstof de wijn in het vat door de poriën in het hout, wat helpt om de kleur van de wijn te stabiliseren en zijn rijke aroma's tot ontwikkeling te brengen. Dit wordt beschreven als gecontroleerde oxidatie.

Passé

Wordt gezegd van wijn die te lang gerijpt is en daardoor al zijn kwaliteiten verloren heeft. Deze wijn is aan het eind van zijn leven.

Passerillage

De processen van het aan de lucht drogen van druiven om hun suikergehalte te concentreren om zoete wijnen te kunnen produceren. Deze wijnen zijn echter minder zoet dan wijnen die geproduceerd worden met druiven die geïnfecteerd zijn met edelrot.

Persen ('pressurage')

Bij witte wijnen het proces van het persen van de druiven om hun sap te verkrijgen. Bij rode wijnen het vinificatieproces waarbij alleen de vaste stoffen van de druiven geperst worden na de alcoholische gisting.

Persistent

Wordt gezegd van de perceptie van de duur van de smaken en aroma's van de wijn. Een lange aromatische vasthoudendheid is een positief teken van de kracht van een wijn.

Perswijn ('presse')

Wijn die gemaakt wordt door het persen van de marc na décuvage (zie definitie). Wijnexperts kiezen de juiste persen en bepalen het volume van de perswijn dat gemengd moet worden met de lekwijn (zie definitie).

Petit Verdot

Een rode druif uit de Bordeaux.

Phylloxera

Een bladluis die in de periode van 1860 tot 1880 de wijnstokken in de Bordeaux en in heel Europa vernietigde door de wortelsystemen aan te tasten. Deze plaag maakte een eind aan de Europese wijnproductie tot het begin van de 20ste eeuw toen de productie hervat kon worden dankzij enten op resistente Amerikaanse wortelstokken.

Plomp ('enveloppé')

Wordt gezegd van een wijn die rijk aan alcohol is, maar waarin de zoetheid de boventoon voert.

Reductie

De ontwikkeling van wijn in de fles, in afwezigheid van zuurstof. Bij fijne Bordeaux-wijnen stimuleert dit proces de ontwikkeling van gewenste en delicate aromatische elementen zoals truffeltonen. Als een fles wijn die lange tijd gesloten geweest is, geopend wordt, kunnen er verschraalde aroma's aanwezig zijn die verwijderd kunnen worden door de wijn kort te decanteren.

Remontage

Een proces dat plaatsvindt aan het begin van de gisting om ervoor te zorgen dat er voldoende zuurstof is voor de gistgroei. De most wordt uit de bodem van het vat gepompt en wordt na beluchting vanaf de bovenkant van het vat weer teruggepompt. Door middel van dit proces komen de bestanddelen uit de druivenschillen gelijkmatig in het sap terecht.

Rijk

Wordt gezegd van wijn die een goede kleur heeft en tegelijkertijd gul, krachtig en evenwichtig is.

Rijk ('étoffé')

Wordt gezegd van een volronde wijn met substantie.

Rijp ('maturité')

Zodra de druiven helemaal rijp zijn, kan het oogsten beginnen.

Rijpen ('vieillissement')

Opslaan van wijn in flessen. Na een bepaalde periode van rijpen, afhankelijk van het jaar en de stijl van de wijn, bereikt de wijn zijn kwaliteitspiek.

Rijping ('maturation')

De vegetatieve periode waarin het gehalte van verschillende bestanddelen, waaronder suiker, stijgt terwijl het zuurniveau afneemt. Deze periode treedt net voor de oogst op. De universiteit van Bordeaux onderscheidt zich door haar onderzoek naar het rijpingsproces, in het bijzonder met betrekking tot de ontwikkeling van tanninen, om te voorkomen dat in moeilijke jaren wijn te tannisch en scherp wordt.

Rijpingskelder ('chai')

Ruimte waar de wijn wordt bewaard en rijpt (in tanks of vaten), afgescheiden van de andere wijnproductieruimtes.

Robe

Een term die gebruikt wordt voor het beschrijven van de kleur van een wijn.

Robijnrood

Een levendige rode kleur die typisch is voor jonge wijnen. Dit is ook de klassieke kleur van Bordeaux Clarets.

Robuust ('corsé')

Wordt gezegd van een rode wijn met body, een sterke tannische structuur die merkbaar is in de mond. In Bordeaux worden wijnen gecreëerd door tanninerijke druivensoorten te mengen, wat robuuste wijnen met een goede structuur oplevert.

Rognage

Het proces van het toppen van de wijnranken in de zomer om de bladgroei te beperken en om het ophopen van suiker, tanninen en zuur in de druiven te stimuleren om een maximale kwaliteit te krijgen.

Rond

Wordt gezegd van een wijn die soepel, glad en vlezig is, en die een aangenaam rond gevoel in de mond geeft.

Ruw (wrang)

Wordt gezegd van een astringente wijn van slechte kwaliteit.

Saai ('mou')

Wordt gezegd van een wijn die niet zuur genoeg is.

Saignée

Het proces van het laten weglopen van het sap uit het vat aan het begin van de gisting om rosé- en Claret-wijnen van te maken.

Salmanazar

Een fles die negen liter ofwel het equivalent van 12 flessen van 750 ml bevat.

Sauvignon

Een witte Bordeaux-druivensoort die zeer aromatische wijnen oplevert.

Scherp (1) ('âpre')

Wordt gezegd van een zeer astringente wijn met een sterke tannische structuur of die scherpe tanninen bevat. Op de astringentieschaal is scherp ('âpre') sterker dan ruw ('rêche') en zwakker dan inktachtig ('atramentaire').

Scherp (2) ('râpeux')

Beschrijft een zeer astringente wijn die een extreem droog gevoel in de mond veroorzaakt.

Sémillon

Een witte Bordeaux-druivensoort die veel geplant wordt in de streken waar zoete wijnen geproduceerd worden.

Slap

Wordt gezegd van wijn die geen bijzonder mondgevoel of aroma's heeft.

Smaak

Het totaal wat door de mond en neus waargenomen wordt. Mondgevoel geeft aan wat er in de mond gevoeld wordt, terwijl aroma aangeeft wat er met de neus of achter in de mond (retro-olfactie) wordt waargenomen.

Smaak ('saveur')

Het tactiele gevoel (zoet, zout, zuur of bitter) dat door voedsel in de mond geproduceerd wordt.

Snoei ('taille')

Het wegknippen van overtollige wijnranken aan wijnstokken om de groei te reguleren. Snoeien maakt ook het beheersen van de productiviteit van de wijngaard mogelijk. Dit heeft direct invloed op het oogstvolume en derhalve ook op de kwaliteit en de concentratie van de druiven.

Soepel ('souple')

Wordt gezegd van een lichte wijn die eerder zoet dan astringent is, en die over het algemeen jong gedronken wordt. Komt voort uit een korte cuvaisonperiode.

Stabilisatie

Een term die alle behandelingen omvat voor het verbeteren van de levensduur van wijn. Die behandelingen worden uitgevoerd worden door een oenoloog.

Steel

Dit is het houtachtige gedeelte van de druiventros dat voorafgaand aan de gisting van de druiven gescheiden wordt. Stelen produceren scherpe, groene tanninen die niet passen bij de elegantie van Bordeaux-wijnen.

Stekelig ('piqűre')

Een stekende smaak in wijn die veroorzaakt wordt door azijnzuur. (synoniem voor acescence)

Stempelen ('étampage')

Het aanbrengen van een brandmerk op kurken, vaten of kratten.

Stil ('tranquille')

Wordt gezegd van een wijn waarbij, als de gisting afgerond is, geen koolzuurbelletjes meer aan het oppervlak komen. Wordt meer gebruikt voor wijnen die niet mousserend zijn.

Streng

Wordt gezegd van een wijn die hard is en geen bouquet heeft.

Structuur (1) ('charpenté')

Een wijn heeft structuur als hij een goede constitutie heeft, en rijk en tannisch is. Het tegenovergestelde van zwak en dun. Goed gestructureerde wijnen kunnen over het algemeen goed op de fles rijpen.

Structuur (2)

Geeft een beschrijving van de structuur en algemene compositie van een wijn.

Stug ('raide')

Wordt gezegd van een wijn die zowel tannisch als zuur is.

Sulfietbehandeling ('sulfitage')

Een zorgvuldig gecontroleerde procedure waarbij een specifieke hoeveelheid zwavelgas (SO2) aan de most of wijn toegevoegd wordt ter bescherming tegen bacteriële infecties tijdens het vinificatie- of rijpingsproces.

Tanninen

Komen van nature voor in druiven en deze stoffen geven de wijn zijn structuur, rijpingspotentieel en astringentie. Tanninen voegen zich bij de pigmenten (anthocyanen) in rode wijn en zijn ook antioxidanten die een bewezen rol spelen bij het voorkomen van bepaalde hart- en vaatziektes als deze met mate genuttigd worden (de 'Franse paradox').

Tannisch

Beschrijft de astringentie van een wijn die veroorzaakt wordt door het tanninegehalte in de wijn.

Tartraatkristallen ('gravelle')

Worden vaak aangetroffen op de kurk of op de bodem van flessen. Deze kristallen worden vaak ten onrechte aangezien voor restsuiker. Deze witte kristallen hebben op geen enkele manier invloed op de smaak of kwaliteit van de wijn.

Tartraten ('tartre')

Gekristalliseerde deeltjes van tartaarzuur die soms in flessen wijn aangetroffen wordt. Ze hebben geen invloed op de wijn en worden veroorzaakt door plotselinge temperatuurswisselingen. Deze kristallisatie kan voorkomen worden door een behandeling met koude voorafgaand aan de botteling. Dit wordt uitgevoerd door een oenoloog.

Terroir, smaak van de

Een aromatische uitdrukking die verband houdt met de samenstelling van de grond, wat resulteert in specifieke kenmerken in wijn die typisch zijn voor de terroir waar de wijn vandaan komt. Bijvoorbeeld de tonen van viooltjes in Pomerol.

Thermoregulatie

Een techniek om de temperatuur in de vaten tijdens de gisting onder controle te houden en te optimaliseren. Was een revolutie in het wijnmaken, gezien de invloed van temperatuur op het metabolisme van gist. De ideale temperaturen voor de alcoholische gisting zijn: 18 °C voor witte wijnen en tussen de 28 en 30 °C voor rode wijnen.

Tonneau

In de Bordeaux is deze meeteenheid gelijk aan vier vaten van 225 liter ofwel 900 liter. Dit is de eenheid van volume voor het verkopen van wijn in bulk en wordt gebruikt als 'négociants' (handelaren) wijn van producenten kopen via tussenpersonen.

Tuilé

Wordt gezegd van een wijn die zijn jonge kleur (robijnrood, vuurrood, granaatrood) met oranje spiegelingen verloren heeft door vroegtijdige rijping. Over het algemeen heeft een wijn op zijn hoogtepunt deze spiegelingen ook.

Ugni Blanc

Een variëteit witte druif die in kleine hoeveelheden in de Bordeaux aangeplant wordt, maar die veel gebruikt wordt in het zuidwesten van Frankrijk en in de Cognac. Levert een levendige, nerveuze wijn op die niet echt geschikt is voor rijping. In Bordeaux geeft het zijn levendigheid aan bepaalde A.O.C.-mengsels.

Uitlekken ('écoulage')

Ook wel décuvage genoemd. Dit proces bestaat uit het scheiden van de vaste stoffen van de druiven (schillen en pitten) die achterblijven na de gisting. Deze vaste stoffen worden daarna geperst wat een wijn met meer tannine oplevert die daarna gemengd kan worden met de lekwijn.

Variëteit ('cépage')

Een woord waarmee het soort wijnstok of de druif zelf aangeduid wordt. Bordeaux-wijnen zijn uniek omdat ze een mengsel zijn van verschillende soorten, wat bijdraagt aan hun evenwicht, harmonie en aromatische rijkdom.

Vat

Voor het maken van vaten wordt eikenhout gebruikt en het volume daarvan varieert per wijnproducerende regio. In de Bordeaux zijn de vaten geschikt voor 225 liter en daarom zijn er vier vaten nodig om een 'tonneau' (of registerton, een commerciële maat die in de Bordeaux gebruikt wordt door 'négociants') van 900 liter te maken. Dit komt overeen met 1200 flessen van 750 ml.

Vegetatief

Geeft een beschrijving van de aroma's die doen denken aan hooi, groene paprika's of zoethout, die over het algemeen geproduceerd worden door druiven die geoogst werden toen ze nog niet helemaal rijp genoeg waren. Als deze smaken te sterk zijn, wordt de wijn beschreven als vegetatief.

Véraison

Een cruciale groeifase in de ontwikkeling van de druif die optreedt als de druif van groen naar geel (witte wijnen) of van groen naar zwart (rode wijnen) verandert. Tijdens deze fase bereikt de druif ook zijn definitieve grootte en stijgt het suikergehalte terwijl het zuurgehalte daalt. De oogstdatum wordt meestal vastgesteld op 45 dagen na mid-véraison.

Verschaald ('éventé')

Wordt gezegd van een wijn die zijn bouquet deels of helemaal verloren is door oxidatie.

Versmolten ('fondu')

Wordt gezegd van wijn, meestal rijpere wijn, waarin de verschillende kenmerken samengesmolten zijn wat een harmonieus, zeer evenwichtig geheel oplevert.

Vin de garde

Wordt gezegd van een wijn die uitstekend geschikt is voor rijping op de fles, waardoor de wijn in staat gesteld wordt om zijn bouquet en complexiteit verder te ontwikkelen. Verschillende Bordeaux-wijnen zijn bijzonder geschikt voor rijping door hun hoge kwaliteit en de rijkheid van hun bestanddelen (zuren, tanninen, kleur en aroma's).

Vinificatie

Alle processen die gebruikt worden voor het maken van wijn, beginnend na de oogst van de druiven en eindigend met het bottelen.

Vinificatiekelder ('cuvier')

Ruimte waar de vinificatietanks staan, waar vinificatie plaatsvindt.

Vitis vinifera

Een botanische term waarmee het soort beschreven wordt waartoe alle variëteiten van de Europese wijnstok behoren.

Vlak ('plat')

Wordt gezegd van een wijn die geen bouquet of zuurte heeft.

Vlezig ('chair', 'charnu')

Wordt gezegd van een wijn die een soepele, volle en dichte indruk in de mond geeft (een vlezige wijn).

Vluchtige zuurte

Refereert aan het azijnzuur-, mierenzuur- en koolzuurgehalte van wijn. Deze zuren worden tijdens de alcoholische gisting geproduceerd en zijn van essentieel belang voor het bouquet en de structuur van de wijn, en voor de ontwikkelingspotentie van de wijn. Overmatige vluchtige zuurte is een fout waardoor de wijn ongeschikt wordt voor verkoop.

Volrond (1) ('ample')

Wordt gezegd van een evenwichtige wijn die de mond vult en een lange afdronk heeft.

Volrond (2) ('plein')

Wordt gezegd van wijn met alle kwaliteiten van een goede wijn die een vol gevoel in de mond geeft.

Volume

Wordt gezegd van wijn die de indruk geeft de mond te vullen.

Voluptueus (1) ( 'friand')

Wordt gezegd van een wijn die zowel fris als fruitig is. Roséwijnen en Clarets uit de Bordeaux zijn hier goede voorbeelden van.

Voluptueus (2) ('gras')

Een voluptueuze wijn heeft body en zoetheid, zelfs als de wijn droog is. De gladheid komt door zijn alcohol, maar vooral door zijn glycerol die geproduceerd wordt door gist tijdens de gisting. Bordeaux-wijnen hebben, meer dan wijnen uit andere streken, een natuurlijke rondheid die goed in evenwicht gehouden wordt door zuren en tanninen. (synoniem: bijzonder rond)

Voorbij het hoogtepunt ('évolué')

Wordt gezegd van wijn die niet meer op zijn best is. De aroma's worden zwakker en zijn kleur wordt oranjeachtig in rode, en bruinig in witte wijnen.

Vrouwelijk

Wordt gezegd van een wijn die elegant en licht is, tegenovergesteld aan gestructureerd en tannisch.

Warm ('chaleureux')

Wordt gezegd van een wijn die een warm gevoel geeft, wat voornamelijk komt door zijn alcoholgehalte.

Wild ('venaison')

Wordt gezegd van het bouquet van een wijn dat neigt naar de geur van groot wild.

Zijdeachtig ('soyeux')

Wordt gezegd van een soepele, zachtgladde wijn met fijne, fluweelachtige tanninen.

Zoet ('liquoreux')

Wordt gezegd van een witte wijn met een hoog gehalte aan restsuikers (ongegiste suiker). Zoete wijnen zijn zeer vol, bijna dik, in de mond. Zoete wijnen uit de Bordeaux (vins blancs d'Or de Bordeaux) behoren tot de beroemdste ter wereld en bieden een uitzonderlijk zoetniveau en aromatische kracht.

Zoeterig ('mielleux')

Wordt gezegd van een zoete wijn die te veel suiker bevat en te weinig zuurte heeft. In het Frans betekent het woord 'mielleux' zo zoet als honing.

Zoetig ('douceâtre')

Wordt gezegd van een wijn die niet zuur genoeg en veel te zoet is.

Zuur

Zuur is een onmisbaar bestanddeel van wijn dat diepte en levensduur bepaalt. Druiven die te vroeg geoogst worden, kunnen een onaangename zuurte tot gevolg hebben. Zuurt stimuleert de zijkanten van de tong en geeft de wijn zijn 'bite'.

Zuur ('piqué')

Wordt gezegd van een wijn die tonen van azijn ontwikkeld heeft. Dit is een fout die steeds minder voorkomt vanwege een betere hygiëne en het onder controle houden van bacteriën tijdens vinificatie.

Zwaar ('lourd')

Wordt gezegd van wijn die dik is en een hoog alcoholgehalte heeft.

Zwak ('faible')

Wordt gezegd van een wijn met een lichte kleur en weinig structuur of aroma, en die over het algemeen gemaakt is van druiven van jonge wijnstokken of tijdens een slecht jaar.

Nieuwsbrief

  • Op de hoogte blijven van het laatste nieuws over de Bordeaux is eenvoudig. Word vandaag nog lid en krijg per e-mail updates over evenementen.

  •  
     
     
  •